Archief

Archief voor de ‘Geen categorie’ Categorie

Het groene optimisme

15 december 2011
Comments Off

Op 25 november presenteerde ik mijn nieuwe boek Het groene optimisme – het drama van 25 jaar klimaatpolitiek.

Dat was spannend.

Met het boek wilde ik een ongekend verhaal vertellen: een reconstructie van 25 jaar klimaatpolitiek, met ruime aandacht voor de klimaatwetenschap, het bedrijfsleven en de milieubeweging. Ik ben ervan overtuigd dat een historische blik verheldert.

Ik schreef het boek ook om een bijdrage te leveren aan het politiek-maatschappelijke debat over hoe de aanpak van de opwarming van de aarde effectief vorm gegeven zou moeten worden. Een debat dat in mijn ogen veel te weinig gevoerd wordt.

Ik ben prettig verrast door de mooie ontvangst van het boek.

Ik heb de tot nu toe verschenen recensies proberen te verzamelen. Klik op de button hierboven om ze te lezen.

Het is een bijzondere ervaring om na anderhalf jaar opgesloten te hebben gezeten in archieven en studeerkamer weer op diverse podia over klimaatpolitiek te spreken en discussiëren. Ik hoop dat de komende maanden nog veel te doen.

Enkele citaten uit de besprekingen:

“In Het groene optimisme probeert Duyvendak dat (gebrek aan) beleid te reconstrueren. Duyvendak schrijft het allemaal soepel op: hij heeft diep in de archieven gegraven en met hoofdpersonen gesproken.”  Michael Persson – Volkskrant (vier sterren!)

“In Het groene optimisme analyseert Duyvendak niet alleen het falen van de politiek maar brengt hij ook de onderliggende ideologische verschuivingen in het klimaatdebat in kaart. In zijn research heeft Duyvendak pikante feiten opgedolven. Figuren die nu hard roepen dat Nederland vaart moet maken met de vergroening van de economie, trapten toen op de rem.” Thomas Vanheste – Vrij Nederland

“Zo ging het steeds. Eerst was klimaatverandering te abstract, toen te ver weg en uiteindelijk te groot voor een gemakkelijke oplossing. (…) Triomfantelijk noemde minister van Economische Zaken Maxime Verhagen (CDA) het een paar maanden geleden de schuld van linkse organisaties dat het milieu is ‘verworden tot een moralistische stok om ondernemers, boeren en bedrijven mee te slaan die hun boterham proberen te verdienen’. Duyvendak laat zien hoe onzinnig die redenering is.” Paul Luttikhuis – NRC Handelsblad

“Wijnand Duyvendak heeft een vlot geschreven boek afgeleverd. Door ooggetuigen op te voeren wordt het bij tijd en wijle zelfs spannend, alsof we er zelf bij zijn. Duyvendak zegt dat een historische blik verheldert. Dat klopt. Voor mensen die werken in de klimaatbusiness is het boek een must. Voor actieve CDA- en VVD-politici trouwens ook”. Lot van Hooijdonk – GroenLinks Magazine

“Dit boek moest geschreven worden, want dat het er nog niet was, is eigenlijk al verwonderlijk. Het is verplichte kost voor iedereen die zich met klimaatbeleid bezig houdt.” Annemarie Opmeer – Down to Earth Magazine/Milieudefensie

Ik ben benieuwd naar je reactie!

Het groene optimisme – het drama van 25 jaar klimaatpolitiek is te koop in de betere boekhandel of via bijvoorbeeld bij bol.com http://www.bol.com/nl/p/nederlandse-boeken/groene-optimisme/1001004011551508/index.html

Uitgeverij Prometheus/ Bert Bakker
Uitvoering: paperback, 360 pagina’s
Prijs: € 29,95
ISBN: 978 90 351 3709 7

Geen categorie

18 november is verschenen HET GROENE OPTIMISME

7 september 2011

Op 18 november is verschenen bij Bert Bakker mijn nieuwe boek ‘Het groene optimisme – Het drama van 25 jaar klimaatpolitiek’

In 1986 brak het broeikaseffect door op de publieke en politieke agenda. Tot dat jaar hielden hooguit tientallen mensen zich ermee bezig. Anno 2011 zijn tienduizenden mensen op de een of andere manier betrokken bij het klimaat: als wetenschapper, ambtenaar, actievoerder, adviseur, installateur, politicus, Bekende Nederlander of vanuit het bedrijfsleven. Het onderwerp is geëxplodeerd.
Tegelijkertijd is de CO2-uitstoot de afgelopen 25 jaar in Nederland gestegen, en niet gedaald, zoals de bedoeling was. Wat betreft hernieuwbare energie behoort Nederland tot de hekkensluiters van Europa.
In ben op zoek gegaan naar het verhaal van de aanpak van de klimaatverandering in Nederland. Ik sprak met vele betrokkenen, onder wie de oud-ministers Winsemius, Nijpels, Alders, De Boer, Pronk en Cramer. Het resultaat is een dramatisch boek. Wat ging er de afgelopen decennia mis, en hoe is het tij de komende decennia nog te keren?

Het groene optimisme

Uitgeverij Prometheus/ Bert Bakker
Uitvoering: paperback, 360 pagina’s
Prijs: € 29,95
ISBN: 978 90 351 3709 7
Te koop in de (digitale) boekhandel

Geen categorie

WAT DOE JIJ UIT OP 10 OKTOBER 2011?

7 september 2011

Trek die stekkers er maar uit! Op 10 oktober lanceert 10:10 The Energy Challenge de Nationale Elektriciteitsmeter.  Een primeur. Want nooit eerder is het elektriciteitsverbruik in Nederland live te zien geweest. Deze unieke meter is met input van TenneT speciaal ontwikkeld voor de actie WAT DOE JIJ UIT?. Met deze landelijke actie wordt heel Nederland uitgedaagd om de meter op 10 oktober naar beneden te brengen door maximale elektriciteitsbesparing. We geven de wereld een signaal: energiebesparing is belangrijk en burgers, bedrijven en politiek kunnen er veel meer aan doen.

De Nationale Elektriciteitsmeter is op 10 oktober online te volgen via www.watdoejijuit.nl. Daarnaast komt er in samenwerking met Liander een meter op ‘wijk’-niveau in Hoofddorp-Oost en op kantoor-niveau in het Stadhuis/Muziektheater in Amsterdam, zodat in nationaal en lokaalperspectief te zien is wat elektriciteitsbesparing kan opleveren. De lokale meters worden lokaal daadwerkelijk geplaatst en zullen ook online te volgen zijn.

De mogelijkheden om mee te doen thuis en op het werk zijn eindeloos. 10:10 inspireert en faciliteert met tips, checklists en tools, voor. Inzicht in verbruik leidt tot besparing. De tips zijn makkelijk zelf toe te passen: de wasdroger uitlaten, de computer uit in plaats van stand by,  de elektrische boiler na het douchen uit. Besparingen van 30% zijn vrij eenvoudig haalbaar. Dat zal de meeste mensen in deze tijd goed uitkomen.

De Nationale Elektriciteitsmeter komt tot stand met gegevens van TenneT, dat op 10 oktober actuele verbruikscijfers aanlevert bij 10:10. Het is voor het eerst dat de elektriciteitstransporteur dat op deze manier gaat doen. Vanuit het landelijke besturingscentrum van TenneT wordt live het Nederlandse elektriciteitsverbruik gemonitord. Initiatiefnemer van 10:10 Wijnand Duyvendak: ‘Zo kunnen we dankzij de input van TenneT direct laten zien dat je gedrag effect op het totale verbruik en dat we samen dit verbruik kunnen beïnvloeden’.

WAT DOE JIJ UIT? geeft de wereld een signaal. Het laat zien dat energieverbruik verminderen niet alleen noodzakelijk, maar vooral mogelijk en eigenlijk best makkelijk is.

Geen categorie

10:10 – We gaan het zelf doen!

20 april 2010

‘We gaan het zelf doen’. Onder dit motto lanceerden we vandaag in Vroege Vogels de baanbrekende 10:10 klimaatcampagne. Er is één simpel doel: we verminderen in onze CO2-uitstoot in één jaar met 10 % procent, beginnend in 2010. Want als iedereen een stapje zet, veranderen we samen de wereld.
Het initiatief moet de impasse die na ‘Kopenhagen’ is ontstaan helpen te doorbreken.
Historisch groot was de belangstellig voor de klimaatcrisis rondom de klimaattop. Ongekend veel media-aandacht, meer dan honderd regeringsleiders zijn er naar toe gereisd en, dat was echt nieuw, wereldwijd zijn heel veel mensen in beweging gekomen voor het klimaat. Maar het gewenste akkoord was uitgebleven.
Met Joost Huijsing van Vroege Vogels hing ik in een gangpad van de speciale Kopenhagen Express, op de weg terug na de mislukte klimaattop in de Deense hoofdstad. ‘Nu moeten we het meer dan ooit zelf doen, het zal van onderop moeten komen’, zeiden we tegen elkaar.
Ik las het Nieuwjaarsnummer van The Guardian gelezen op internet. Deze Engelse krant riep haar lezer met kapitale letters op voor de actie ’10:10’: 10 procent CO2 besparen in 2010. Samen met Franny Armstrong was The Guardian al in het najaar van 2009 al met dit initiatief gestart. Er werd nu gewerkt aan een wereldwijde lancering. Het leek Joost Huijsing en mij geweldig met dit initiatief in Nederland aan de slag te gaan.
Ik heb altijd heel sterk in een politieke oplossing van de klimaatcrisis geloofd. Maar de politiek is de afgelopen twintig jaar niet bij machte gebleken dat te doen wat nodig is. De ruim zes jaar die ik in de Tweede Kamer zat had ik steeds de ambitie de bal in het doel te trappen: eindelijk echte klimaatregelen nemen. Maar de bal was er niet, hij lag niet op de stip. Vaak maaide m’n voet ik maar wat door de lucht. Zo komen we niet verder.
We zullen eerst allemaal zelf aan de slag moeten, collectief CO2 besparen. Thuis, op school, op het werk, bij grote bedrijven. Daarmee leggen de we bal op de stip voor de landelijke politiek. Die kan het doel dan niet meer missen en zal moeten komen met klimaatmaatregelen. Het is een noodzakelijke omweg.
De Engelsen bleken onwaarschijnlijk hard aan het werk om het initiatief wereldwijd te faciliteren . Ze hielpen ons geweldig de campagne in Nederland vorm te geven. Prettig is hun positieve toon: ‘vier je successen in plaats te jammeren over wat minder gaat’.
Wat ik bijzonder vind is dat 10:10 geen organisatie is maar een concept. 10:10 is dus open en van iedereen!. Wie wil, en aan de voorwaarden voldoet, kan eraan meedoen en naam en logo van 10:10 gebruiken. Ga naar www.1010nl.org. Interessante partners hebben zich erachter gesteld en helpen mee. Iedereen is welkom. Adopteer 10:10, ga er zelf mee aan de slag en vertel anderen over dit mooie initiatief!

Geen categorie

10:10

10 januari 2010

Vandaag (10-1-2010) samen met Vroege Vogels een nieuw initiatief genomen. Zie hier het persbericht. Doe mee en ga naar www.vroegevogels.nl

“Het radioprogramma ‘Vroege Vogels’ en klimaatactivist Wijnand Duyvendak beginnen de nieuwe klimaatbeweging 10:10. Dat staat voor 10 procent minder CO2-uitstoot in 2010. Iedereen kan meedoen. In december 2009 lukte het de wereldleiders niet om in Kopenhagen tot harde afspraken te komen om het klimaat te redden. Dus gaan we het, naar Brits voorbeeld, zelf maar doen.

“Kopenhagen is mislukt”, aldus Duyvendak vanmorgen in Vroege Vogels op Radio 1. “We kunnen niet blijven wachten op onze politieke leiders. Die gaan op z’n vroegst pas eind dit jaar op de volgende klimaattop in Mexico knopen doorhakken. De klimaatverandering wacht ook niet. We moeten nú samen in actie komen, samen een daad stellen: 10 procent minder CO2-uitstoot in 2010. Dat kan vrij makkelijk. Thuis, op school, op het werk, in de voetbalvereniging, als gemeentebestuur. Allemaal en overal 10:10. Op 10 oktober 2010 (10-10-10) stappen we naar onze politieke leiders met de boodschap: wij hebben massaal onze daad gesteld, nu is de beurt aan jullie! Dus maak véél meer zonne-energie mogelijk, bouw geen kolencentrales en vooral: laat Mexico slagen waar Kopenhagen faalde!”
De Britse 10:10 beweging bestaat sinds september 2009. Initiatiefnemer is Franny Armstrong, bekend als de regisseur van de klimaatfilm the Age of Stupid. In totaal hebben zich in Groot-Brittannië al meer dan 53.000 burgers, bijna 2.000 bedrijven, ruim 1.000 scholen, maar ook gemeentebesturen en parlementsleden zich bij de actie aangesloten.
In Nederland wil Vroege Vogels dat voorbeeld samen met zoveel mogelijk particulieren en organisaties volgen. Op de website van het natuur- en milieuprogramma staan tips om de uitstoot van het broeikasgas te beperken. Met relatief simpele ingrepen is het mogelijk om die 10 procent te halen. Zo levert een dag per week thuiswerken, drie dagen geen vlees eten per week, en de thermostaat een graad lager zetten voor de meeste mensen al een besparing op van tien procent. Zonnepanelen op je dak kan ook tot een dergelijke besparing leiden.
Wie zich aanmeldt belooft om een bijdrage te leveren aan terugdringing van de uitstoot van CO2 en roept de politiek op deze daad te volgen. ”

Doe mee en ga naar: http://vroegevogels.vara.nl/nieuws-item.131.0.html?&tx_ttnews[tt_news]=351945&tx_ttnews[backPid]=37&cHash=c89b4f9fa5

Geen categorie

Wetenschappers moeten zich duidelijker uitspreken

15 november 2009

(Helling 14/14/09 – Volkskrant 14/14/09)
Het klimaatdebat zit vast. De alarmerende resultaten van klimaatwetenschappelijk onderzoek dringen niet door tot het publieke en maatschappelijke debat. Ik raak er steeds meer van overtuigd dat we de klimaatcrisis pas effectief kunnen aanpakken als er een werkelijk productief gesprek op gang komt tussen klimaatwetenschap, politiek en de media. Noch de meeste journalisten, noch de meeste politici weten de bevindingen van de wetenschappers op hun waarde te schatten. Ze verstaan elkaars taal niet, ze leven in verschillende werelden. De uitermate zorgwekkende bevindingen van de klimaatwetenschappers blijven veel te veel in de lucht hangen, in een groot vacuüm.

De klimaatwetenschappers worden steeds sceptischer over de politek. In het voorjaar van 2009 enquêteerde het Engelse dagblad de Guardian honderden klimaatwetenschappers. Zij waren bijeen op een congres in Kopenhagen om de nieuwste wetenschappelijke inzichten over klimaatcrisis met elkaar te bespreken. Maar liefst negentig procent van de wetenschappers zei tegen Guardian niet te verwachten dat de temperatuurstijging aan het eind van de eeuw beneden de 2 graden zou blijven. De meesten rekenen met een temperatuurstijging van 4 graden of meer. Een verhoging van de wereldgemiddelde temperatuur met meer dan 2 graden wordt als zeer kritisch gezien: de gevolgen voor miljarden mensen zullen groot zijn en er is een serieus gevaar dat het klimaat op hol slaat. Het officiële doel van de politiek is de temperatuurstijging onder de 2 graden te houden.
Volgens een meerderheid van de wetenschappers kàn de temperatuurstijging heel goed beperkt blijven tot minder dan twee graden, maar dan moet de politiek nu wel in actie komen. Maar daarin hadden deze wetenschappers nu juist geen vertrouwen. “Ik denk dat een compleet begrip wat er nu snel moet gebeuren, en een begrip van wat de consequenties zijn als de acties uitblijven, ontbreekt bij de politici en het grote publiek”, aldus een wetenschapper tegen de Guardian.

De vraag is of de klimaatwetenschappers niet zelf mede debet zijn aan deze dit onbegrip bij de politiek. Rob van Dorland, prominent klimaatonderzoeker bij het KNMI zei tijdens een debat in de Balie begin september: “wij zijn er om objectieve informatie te verschaffen en niet om politiek te bedrijven”. Maar zou een klimaatwetenschappers zich er niet veel nadrukkelijker om moeten bekommeren of de rest van de maatschappij de ernst van zijn bevindingen wel goed begrijpt? Of de politiek zich wel realiseert welke risico’s er genomen worden?
Want hier gaat het vaak mis. De boodschap komt niet over. Dat komt mede omdat het klimaatsysteem dermate complex is dat het lastig is om eenduidige uitspraken te doen over precieze effecten en het onmogelijk is om met honderd procent zekerheid voorspellingen te doen. Het gaat dan trouwens niet om de vraag of er wel sprake is van klimaatverandering als gevolg van de uitstoot van broeikasgassen (daarover is bij 99 procent van de wetenschappers geen twijfel meer), maar wat hiervan op welke termijn, en waar, de precieze effecten zijn. Klimaatwetenschappers proberen met computermodellen, simulaties en toekomstscenario’s te werkelijkheid te benaderen maar – zorgvuldig en objectief als ze willen zijn – benadrukken ze steeds dat er in hun voorspellingen onzekerheden zitten. Ze houden ook ruime marges aan: ‘de zeespiegel zal stijgen met 50 centimeter tot 120 centimeter’ of ’de temperatuur zal omhoog gaan met 1,4 tot 5,6 graden’. In de natuurwetenschappelijke omgeving is het logisch deze onzekerheden nauwkeurig te benoemen. De onzekerheden markeren de ontbrekende kennis en dicteren de onderzoeksagenda. In de rest van de maatschappij leidt deze wijze van presentatie vaak tot verwarring.
Rob van Dorland ziet het gevaar van het benadrukken van de onzekerheden: “hierdoor geven we wellicht de politici redenen om niks te doen. Misschien moeten we naast de onzekerheden vooral de risico’s veel scherper gaan benadrukken”. Dat is de crux: ondanks alle wetenschappelijke onzekerheden over de precieze effecten is ook Dorland het erover eens dat we heel grote risico’s lopen en onmiddellijk moeten handelen. Voor het maatschappelijke handelen zijn de grote risico’s die gepaard gaan met de klimaatverandering veel relevanter dan de wetenschappelijke onzekerheidsmarges. Vergelijk het met de Mexicaanse griep. Er is nog heel grote onzekerheid of deze muteert naar een echt levensgevaarlijke variant maar het risico bestaat, al is dit niet eens zo groot. En vanwege dit risico neemt de overheid vele maatregelen en bestelt voor honderden miljoenen euro’s vaccins. Minister Klink heeft niet gewacht op de wetenschappelijke zekerheid dat het virus gaat muteren, voordat hij in actie is gekomen. Hij wil terecht het risico niet lopen dat hij straks te laat is. Twee Nederlandse griepwetenschappers – Osterhaus en Coutinho – zijn bekende TV-persoonlijkheden geworden, vooral omdat zij voortdurend aandacht vroegen voor de risico’s. Wanneer ze slechts op de wetenschappelijke onzekerheden hadden gewezen waren ze niet verder gekomen dan het Kenniskatern van de Volkskrant.
Hier ligt een grote opgave voor de klimaatwetenschappers: wijzen op de risico’s van de steeds maar toenemende CO2-uitstoot. Want ook als het niet zeker is, maar de kans wel vijftig procent dat de door miljoenen bewoonde delta’s van Bangla Desh nog in deze eeuw onder water komt te staan, nemen we daarmee een onaanvaardbaar groot risico. We moeten dan niet wachten met handelen tot zeker is dat dit Aziatische land overspoeld wordt.
Wat het ook voor de wetenschappers zelf extra lastig maakt om goed begrepen te worden, is dat iedere wetenschapper maar een deel van het complexe probleem bestudeert. De één bestudeert de effecten van de verzuring van oceanen, de ander de rol van het veen, weer een ander analyseert de betekenis van zonnevlekken. Niemand kan alles bestuderen. Slechts één keer in de vijf jaar komen duizenden klimaatwetenschappers bijeen en formuleren van synthese van de kennis van dat moment in de inmiddels befaamde IPCC-rapporten. We moeten nog meer dan twee jaar wachten op een nieuwe update van de wereldwijde kennis. Spijtig genoeg kan de besluitvorming op de VN-top in Kopenhagen in december niet gebaseerd zijn op een nieuwe synthese van de nieuwste wetenschappelijke inzichten.
Er zijn vertalers van de wetenschappelijke kennis naar de maatschappij, maar meestal zijn dit niet de klimaatwetenschappers zelf. Denk aan ervaren wetenschapsjournalisten als Fred Pearce en Mike Lynas en ook Gore speelt een dergelijke rol.

De klimaatonderzoekers worden wel steeds ongeruster en hun behoefte zich publiek te uiten wordt groter. De wetenschappers die dit voorjaar in Kopenhagen bijeen waren en door de Guardian geënquêteerd werden, formuleerden aan het slot van het congres een officiële boodschap voor iedereen die het wilde horen: ‘there is no excuse for inaction’. Zij riepen het publiek op om van hun regeringen te eisen eindelijk echt wat te gaan doen aan de klimaatverandering.
Sommige wetenschappers gaan nog een stap verder. Jim Hansen is de bekendste. Hansen, inmiddels in de zestig, werkt bij de NASA en is al decennialang een zeer gerespecteerd klimaatonderzoeker. Hij doet actief mee aan geweldloze blokkades van kolencentrales. “Geweldloze acties zijn legitiem want het democratische proces werkt onvoldoende. We hebben geen tijd te verliezen”, aldus Hansen. Hij is ook zeer sceptisch over de onderhandelingen voor een nieuwe wereldwijd klimaatverdrag, die in december in Kopenhagen tot een goed einde gebracht moeten worden. Hansen pleit voor een wereldwijd verbod op het bouwen van nieuwe kolencentrales.
Andere wetenschappers gaan de verbale strijd met de passiviteit van de politiek aan. Bekendste zijn de Duitse klimaatwetenschappers Schellnhuber en Rahmsdorf die met kracht pleiten voor het opschroeven van de mondiale reductiedoelstellingen en de politiek waarschuwen voor de gevolgen van inertie. Schellnhuber gebruikt daarbij het harde beeld van de Russische roulette: willen we de gok wagen ons een kogel door het hoofd te schieten?

Maar de kloof tussen wetenschap, media en politiek ligt natuurlijk niet alleen aan de opstelling van de klimaatwetenschappers. Ook journalisten zitten vaak gevangen in hun eigen logica, in dit geval de medialogica. Zo leveren ze vaak, dat is nu eenmaal de aard van hun werk, korte baanwerk en de klimaatcrisis is bij uitstek een lange termijnprobleem. De blik van de meeste media reikt enkele dagen ver, of enkele weken en bij uitzondering enkele maanden. Een paar jaar vooruit kijken, laat staan enkele decennia is zeer ongebruikelijk. Natuurlijk, de laatste jaren worden de grotere studies van wetenschappers door de serieuzere media getrouw samengevat. Maar vaak ontbreekt de follow up, ontbreekt het doordenken en verder kijken, blijft het korte termijn perspectief prevaleren. Na 9/11, of de bankencrash vorig najaar, waarvan in beide gevallen de gevolgen zich onmiddellijk deden gevoelen, tuimelden de beschouwingen over elkaar wat dit zou betekenen voor onze toekomstige wereld –, of economische orde. De gevolgen van de klimaatcrisis zullen veel ernstiger en ingrijpender zijn dan van de financiële crisis. Toch wordt de klimaatcrisis veel minder en slechter op z’n consequenties doordacht. Grote maar tragere ontwikkelingen vallen al snel buiten het blikveld van de journalistiek. Daarvoor zijn de meeste media te snel.
Iedere keer weer moet er nieuws gebracht worden. Paul Luttikhuis, NRC-journalist die een interessant klimaatblog bijhoudt, verwoordde een vrees van journalisten in het eerder gememoreerde debat in de Balie openhartig: “we moeten oppassen voor te veel herhaling. Anders slaat de verveling al snel toe.”
Daar komt nog bij dat zeker de audiovisuele media floreren bij confrontaties en conflicten. De steeds zeldzamere wetenschappers die de klimaatcrisis ontkennen, krijgen doordoor al snel een microfoon voorgehouden of een camera op zich gericht. Zij mogen het dan voor de zoveelste keer opnemen tegen de klimaatwetenschapper of de politicus die er voor pleit dat er maatregelen genomen worden. Levert altijd controverse op: spektakel! En dat is goed voor de kijkcijfers en de oplage. Het gevolg is wel dat de klimaatsceptici onevenredig veel aandacht krijgen en het publiek thuis op de bank na zo’n discussie slechts in verwarring achterblijft. De onzekerheden krijgen grote aandacht, de risico’s blijven onderbelicht. Goede journalistiek zou zelf helderheid moeten verschaffen en niet achterover leunen bij een debat waar een outsider heel lastig zelf een oordeel over kan vellen.

Thuis op die bank zit ook de politicus. Voor de meeste politici is de klimaatcrisis nog ver weg, en een probleem van de verre toekomst. Het issue is nog te abstract, de risico’s nog te weinig tastbaar. Het heeft nog maar heel beperkt invloed op het dagelijkse handelen. Bijna geen politicus zal zelf de wetenschappelijke studies lezen van de klimaatwetenschappers. Politici halen hun kennis vooral uit secundaire bronnen en consumeren verwerkte informatie – vooral uit de media. De hele klimaatcrisis komt de politici natuurlijk ook gewoon slecht uit. Ze moeten nu handelen, maar de grote gevolgen zullen zich pas voordoen als zij allang het politieke toneel hebben verlaten. Dat is een groot verschil met de Mexicaanse griep en allerlei andere bedreigingen. Politici moeten nu ingrijpende maatregelen nemen, politieke kosten maken, maar de baten zullen pas worden uitbetaald aan een heel nieuwe generatie politici. De neiging om de kop in het zand te steken is dan groot. De politieke aanpak kenmerkt zich tot nu toe door vrijwilligheid en vrijblijvendheid. Echt serieuze maatregelen worden keer op keer op de lange baan geschoven.
De politiek moet natuurlijk altijd dealen met risico’s en onderzekerheden. Toch is het opvallend dat ze het ene risico heel anders tegemoet treedt dan het andere. Bij iedere brug die gebouwd wordt is er een bepaalde kans dat die wanneer er een bepaald gewicht over gaat instort. Beleid is dan om de brug zo stevig te maken dat de kans de nul nadert en daar dan nog eens een forse opslag op te doen.
Op in de economische voorspellingen zitten grote onzekerheden. Het CPB erkent dat er ieder jaar in de macro-economische verkenningen een behoorlijke foutenmarge zit. Het instorten van het financiële systeem in het najaar van 2008 heeft geen enkel economisch instituut voorspeld. Lang en ver vooruit kijken durven economen bijna nooit. Daarvoor zijn de onzekerheden veel te groot. Desondanks baseert de regering ieder jaar de Miljoenennota op de voorspellingen van het CPB. De politiek kan natuurlijk ook niet anders. Het behoort zelfs wel tot de kern van het politieke vakmanschap: de juiste keuzes maken op basis van zeer diverse kennis, tegenstrijdigheden en te midden van grote onzekerheden. Maar waarom dan aan economen zoveel meer gezag toegekend dan aan klimaatwetenschappers? Economische effecten zoveel zwaarder laten wegen dan klimaateffecten?
In september 2008 presenteerde de commisie-Veerman haar studie met aanbevelingen over hoe we Nederland moeten beschermen tegen hoger water door de klimaatverandering. De commissie concludeerde, na raadpleging van heel veel wetenschappers, dat er een serieuze kans was dat de zeespiegel aan het einde van de eeuw met ruim een meter zou stijgen. Veerman nam dit als uitgangspunt voor de verdere aanbevelingen voor het verhogen van de dijken en allerlei andere waterwerken. Hier werd de commissie, ook door politici, hard op aangevallen: het was immers niet zeker dat het water met een meter zou stijgen! Veel wetenschappers achten 60 tot 70 centimeter net wat waarschijnlijker. Veerman had natuurlijk groot gelijk. Je moet je dijken niet bouwen op een zeeniveau dat gemiddeld verwacht wordt maar je moet uitgaan van de stijging waarop een kans is, zelfs als dat een kleine is. En daar dan eigenlijk nog een opslag op doen. Zoals dat bij bruggen bouwen ook gaat. Waar een kleine kans bestaat met grote gevolgen moet je als overheid het zekere voor het onzekere nemen. Maar het kabinet is nog steeds niet met de miljoenen op de proppen gekomen de dijken op de door Veerman gevraagde hoogte te brengen.
Bij een brug voor het zekere voor het onzekere genomen, bij onze dijken worden veel grotere risico’s aanvaardbaar geacht. Economische voorspellingen dicteren de politieke agenda, klimaatrapporten spelen helaas nog een zeer beperkte rol.

Er gaapt een diepe kloof tussen klimaatwetenschap en de belangrijkste afnemers van hun onderzoeken: de media en de politiek. Willen we een doorbraak bereiken in de aanpak van de klimaatcrisis dan zullen wetenschappers, media en politici elkaar moeten gaan begrijpen, elkaar gaan verstaan.
Daartoe zullen de klimaatwetenschappers hun ivoren torens moeten verlaten. ‘Objectieve wetenschap’ bestaat niet. Iedere wetenschappers zal zich ook dienen te bekommeren om de maatschappelijke impact van z’n onderzoeksresultaten en zich er veel meer van moeten vergewissen of z’n conclusie ook de media en het publiek bereiken. Daarbij zullen ze veel meer de grote risico’s die we lopen moeten benadrukken. Tegelijkertijd zullen de politici zich open moeten stellen voor deze ‘onwelkome’ boodschap. Zij zullen hun verantwoordelijkheid dienen te nemen. Zoals CPB en kabinet rond Prinsjesdag het debat massief en effectief hebben geframed (‘bezuinigen van 35 miljard zijn onontkoombaar’), zo zou ook het kabinet samen met klimaatwetenschappers het klimaatissue samen moeten framen met een even massief offensief: reductie van CO2-uitstoot met 40 procent is pure noodzaak in 2020. Waarom daarvoor geen 20 ambtelijke werkgroepen ingesteld? Binnen een jaar grote besluiten genomen? Wanneer wetenschap en politiek hier één richting wijzen, zal, zo verwacht ik, de hoofdstroom in de media volgen. En in zo’n context ontstaat de politieke ruimte voor effectieve maatregelen om de klimaatcrisis te bezweren.

Wijnand Duyvendak

Geen categorie

Houdbaarheid van de planeet is het probleem

25 september 2009

(Trouw, 25-9-09)
‘Er moet 35 miljard bezuinigd worden’, luidde de boodschap van het kabinet op Prinsjesdag. Twintig ambtelijke werkgroepen gaan op zoek gaan naar het geld. De regering riep tegelijkertijd op tot een breed maatschappelijk debat over deze megabezuinigingsoperatie. Goed idee, maar de inzet van het debat moet wel ingrijpend veranderd.
Politiek bedrijven is steeds meer de kunst van het framen van het debat. Het op Prinsjesdag gelanceerde frame is dat er moet 35 miljard bezuinigd worden omdat anders de ‘houdbaarheid’ van de financiën in gevaar komt. Het optreden van Balkenende gooide wat roet in het eten maar het kabinet is er de afgelopen week opvallend gemakkelijk in geslaagd een nieuw speelveld te definiëren voor de politieke discussies van het komende jaar. Binnen politieke partijen maar ook bij Pauw en Witteman en in de kranten zal steeds draaien om de vraag: wie vindt waar de 35 miljard? Wie kiest voor welke bezuinigingen? De framing is zo succesvol dat zelfs de hoogte van het te bezuinigingen bedrag nergens betwist wordt. De discussie is hoogstens hoe en in welk tempo we de besluitvorming erover organiseren. Over de klimaatcrisis en de noodzakelijke CO2-bezuinigingen wordt helemaal niet meer gerept. Hoe anders is dit dan in het voorjaar, toen een Green New Deal deel uitmaakte van het debat over de economische crisis.
Dit hele eenzijdige frame van het kabinet moet veranderd, hoe eerder hoe beter. Het is verspilde moeite als we het komende jaar ons maatschappelijk debat versmallen tot een discussie over waar we 35 miljard vinden om te bezuinigen. Want niet de houdbaarheid van onze financiën is ons grootste probleem, maar dat is de houdbaarheid van onze planeet. We putten de aarde in een hoog tempo uit, vervuilen de oceanen, en de klimaatcrisis loopt steeds verder uit de hand.
Het frame Prinsjesdag moet veranderd in een dubbele opdracht. Behalve de bezuinigingsdoelstelling, moet er een tweede nog belangrijker ambitie bijkomen: een gigantische beperking van de uitstoot van broeikasgassen – de CO2-bezuinigingen. Hoe kunnen we in tien jaar onze CO2-uitstoot met veertig procent verminderen? Dat is volgens wetenschappers immers nodig voor de houdbaarheid van onze beschaving op aarde. Deze ambitie moet verkend, onderzocht, geëxploreerd en bediscussieerd worden, opdat er binnen een jaar besloten kan worden hoe we deze noodzakelijke reducties kunnen bereiken. Het vraagt om een energierevolutie met ingrijpende maatschappelijke gevolgen. De twintig ambtelijke werkgroepen moeten zich net zozeer over de CO2-bezuinigen als de financiële bezuinigingen gaan buigen. Voor deze omwenteling moet steun onder bevolking gezocht worden door leidende politici. Er liggen al veel plannen voor CO2-bezuinigingen op tafel, bijvoorbeeld Green4Sure, van de milieubeweging en vakbeweging samen. De kansen zijn groot en groene werkgelegenheid ligt voor het oprapen maar deze kansen moeten wel gegrepen worden.
Op termijn is de groeiende CO2-uitstoot een nog grotere bedreiging voor onze welvaart dan ons groeiende financieringstekort. We zullen minstens zozeer rekening moeten houden met de ecologische grenzen als met de financiële mogelijkheden. Het Noordpoolijs smelt als een razende, de droogte zaait in Kenia dood en verderf. Wie dit niet ziet, steekt als een struisvogel z’n kop in het zand. Er is door het kabinet geen enkele poging gedaan de klimaatcrisis te agenderen als minstens zo belangrijk als de economische crisis. Sterker nog, minister Bos speelt publiekelijk met de gedachte om kosten in ontwikkelingslanden als gevolg van de klimaatcrisis ten laste te brengen van het bestaande ontwikkelingsbudget. De ontwikkelingslanden vragen hiervoor straks in Kopenhagen extra geld volgens het principe ‘de vervuiler betaalt’ en geen sigaar uit eigen doos. Minister Bos wil een rem zetten op klimaatuitgaven om eerst onze eigen financiën op orde te brengen. De rest van het kabinet laat minister Cramer doormodderen met een klimaatbeleid, waarvan al lang duidelijk is dat het geen zoden aan de dijk zet. Het kabinet is nu zelfs een werkgroep gestart die onderzoekt hoe 20 procent bezuinigd kan worden op de uitgaven aan energie- en klimaatbeleid. Het gaat in het kabinet de kant op van ‘milieu nu even niet’.
Het behalen van de CO2-bezuiniging zal bepalend moeten worden voor de manier waarop we de financiële bezuinigingen invullen. Dan liggen dus bezuinigingen op het grote asfaltprogramma van het kabinet veel meer voor de hand dan het schrappen van uitgaven voor openbaar vervoer. En dan zal snel duidelijk worden dat het zeer productief is om vervuiling meer te gaan belasten en met de opbrengsten daarvan de bruto arbeidskosten te verlagen.
De besluiten over de financiële bezuinigingen en de CO2-bezuinigingen zullen door het kabinet tegelijkertijd en in samenhang komend voorjaar genomen moeten worden. Dit maakt vanzelfsprekend de besluitvorming niet makkelijker. Maar het biedt wel de kans een groen perspectief te verbinden aan wat anders niet meer dan een kille boekhouderoperatie dreigt te worden. En dat is dan direct ook een heel wat wervender verhaal.

Wijnand Duyvendak
(Klimaatactivist en oud-Tweede Kamerlid voor GroenLinks)

Geen categorie

Wankel klimaat behoeft steun van politiek en burger

9 maart 2009

(Volkskrant, Het Betoog, 7 maart 2009)
Lange tijd meende ik dat de opwarming van de aarde vooral een groot probleem zou worden voor komende generaties. Maar het klimaat verandert nu al in hoog tempo. Ongekend hevige bosbranden in Australië zaaiden begin februari dood en verderf. De droogte, hoge temperaturen en harde wind die de branden veroorzaakten, passen precies in het patroon dat wetenschappers voor Australië voorspelden als gevolg van de klimaatverandering. Het welvarende Australië behoort tot de landen met de hoogste CO2-uitstoot per inwoner. Maar de meeste slachtoffers maakt de klimaatcrisis in ontwikkelingslanden. In de krottenwijken van Nairobi rukt de malariamug op en maakt duizenden mensen ziek. Tot voor kort kon de mug in deze miljoenenstad niet overleven omdat het daar te koel en droog was. Maar ook Kenia warmt op en de ziekte treft daar nu de meest kwetsbaren. De mensen die het minst verantwoordelijk zijn voor de klimaatcrisis worden er het hardste door getroffen. Ons klimaat wankelt wereldwijd. Maar tot actie, tot verandering, leidt het nog nauwelijks. Er is sprake van een grote klimaatimpasse.
Het is alsof de klimaatcrisis ons voorstellingsvermogen te boven gaat. Ieder jaar stijgt de CO2-uitstoot verder maar we komen niet in actie. We zien geen uitweg en negeren de ernst van de klimaatcrisis. Het is een bekende menselijke reactie. Psychologen zien in het dagelijks leven heel vaak dat mensen problemen ontkennen waarvoor de oplossing niet binnen bereik lijkt te liggen.
Door de financiële crisis dreigt de aandacht voor de klimaatverandering verder te verslappen. De Europese Unie zwakte haar klimaatplannen kort voor kerstmis al fors af. Voorrang werd gegeven aan het beschermen van de auto-industrie en kolencentrales. Minister Eurlings overweegt de vliegtax op Schiphol af te schaffen en CDA-fractieleider Van Geel wil investeringen in natuur uitstellen om geld vrij te maken voor investeringen in wegen. Crises kùnnen een moment zijn van heroriëntatie en de financiële crisis zou een waarschuwing moeten zijn: niet alles kan – er zijn grenzen die de politiek moet bewaken. De tijd van laissez-faire is voorbij. We kunnen niet eindeloos op de pof leven. Ook het krediet van de aarde is op. Natuurlijk moeten we de economie er weer bovenop helpen. Maar een keihard criterium bij ieder besluit dient te zijn: leidt het ook tot minder CO2-uitstoot? We mogen deze crisis niet aanpakken op een wijze die de draagkracht van de aarde nog verder op de proef stelt. Sterker, de besluiten moeten er aan bijdragen dat aan de wereldwijde temperatuurstijging een halt wordt toegeroepen.

Waarom gebeurt er tot nu toe niet meer? Ik zie drie redenen: ten eerste wordt ten onrechte van de burger zelf verwacht dat hij de klimaatcrisis wel oplost, ten tweede ontbreekt het veel politici aan moed, en ten derde dringen wetenschappelijke studies onvoldoende door tot het publieke debat.
Het kabinet maant iedereen in de onlangs gestarte campagne Nederland gaat voor een beter klimaat klimaatvriendelijker te gaan leven: ‘mevrouw Pieterse gaat voor een beter klimaat door truien te breien voor al haar kleinkinderen’. De impliciete boodschap van deze campagne is dat als we zelf onze levensstijl aanpassen we de klimaatcrisis kunnen keren. Het maakt van de klimaatcrisis een huiskamerprobleem in plaats van een Tweede Kamerprobleem. Want mevrouw Pieterse kan nog zoveel wollen truien breien, de CO2-uitstoot zal gewoon door blijven stijgen, als de regering niet zorgt voor een groot windpark op zee en uitstekend openbaar vervoer. Zij kan zelf de klimaatcrisis niet oplossen. Daar hebben we nu juist de politiek voor uitgevonden, die de middelen heeft om de klimaatcrisis aan te pakken. Maar de regering komt er maar niet toe haar groene ambities om te zetten in concreet beleid – de tweede reden waarom we in een klimaatimpasse zitten. Het ontbreekt aan politici met de moed om voluit te kiezen voor duurzame energie. Het is de fossiele wereld tegen de nieuwe wereld. De invloed van het behoudende bedrijfsleven in Nederland is groot. Zij lobbyen fel tegen effectieve milieumaatregelen en vinden een gewillig oor bij de CDA-ministers Van der Hoeven, Eurlings en Verburg. Het PvdA-smaldeel in het kabinet kan of wil hier niet doorheen breken. Het resultaat is dat in deze machtsstrijd de milieubelangen keer op keer aan het kortste eind trekken waardoor ook in deze kabinetsperiode de CO2-uitstoot in Nederland niet zal afnemen. Er komen ondertussen wel vier zeer vervuilende kolencentrales bij. Bijna geen land in Europa heeft zo weinig duurzame energie als Nederland. Nederland wekt drie procent van de elektriciteit op met windenergie, Denemarken meer dan 20 procent. In Duitsland groeit zonne-energie explosief terwijl in Nederland de CDA/PvdA/CU-coalitie 8.000 daken met zonnepanelen erbij per jaar wel voldoende vindt. Ondanks dit alles zegt de regering dat we ons geen zorgen hoeven te maken: ‘we liggen op koers’.
De derde reden waarom er sprake is van klimaatimpasse is dat nieuwe resultaten uit wetenschappelijk onderzoek niet doordringen in het publieke debat. Klimaatwetenschappers zijn steeds bezorgder over aard en omvang van de klimaatcrisis. Er zijn veel aanwijzingen dat de gevoeligheid van het klimaat voor de steeds hogere concentratie CO2 in de atmosfeer veel groter is dan lang gedacht. Het Noordpoolijs smelt bijvoorbeeld de laatste jaren in een tempo dat met de bestaande modellen niet is te verklaren. Het compleet wegsmelten van de Noordpoolkap werd pas na 2070 voorspeld maar zou nu al over een jaar of vijf een feit kunnen zijn. Steeds meer wetenschappers zijn er van overtuigd dat er nu al te veel CO2 in de atmosfeer zit. Kloppen de nieuwe hypotheses, dan moet de uitstoot al binnen vijf à tien jaar wereldwijd snel gaan dalen, willen we niet in de gevarenzone terechtkomen. Dat is een ongekende opgave.
Zeer verontrustend is dat recent onderzoek laat zien dat als de wereld met meer dan twee graden opwarmt er een serieuze kans is dat het klimaat op hol staat. Autonoom, zonder dat we het nog kunnen stoppen. Als bijvoorbeeld de permafrost van de toendra’s in Siberië en Canada gaat ontdooien, kunnen er uit de ondergrond zoveel broeikasgassen vrij komen dat alleen daardoor al de wereldwijde temperatuur met één graad stijgt. Nu het zeewater door de opwarming van de aarde warmer wordt, vermindert ook haar capaciteit om CO2 op te nemen – net zoals er in warme cola minder prik zit dan in koude. Er blijft dan meer CO2 in de lucht en het gevolg ervan daarvan is ook weer een serieuze temperatuurstijging. Daar is dan niks meer aan te doen. De gevolgen hiervan voor onze beschaving kunnen dramatisch zijn.
Klimaatwetenschappers zijn heel voorzichtig. Dat is begrijpelijk, vanuit de traditie van de exacte wetenschap. Ze roeren zich weinig in het publieke debat en doen niet snel stellige uitspraken. Mede daardoor is de ernst en omvang van de klimaatcrisis voor velen een lastig te bevatten probleem. Ook de media missen hierdoor een helder kompas. Een enorm verschil met alle hoogleraren in de economie en financiële wetenschappen die dezer dagen niet van het scherm te branden zijn. Op basis van hun zeer wiebelige economische theorieën doen politieke leiders miljardenuitgaven. Inzichten van klimaatwetenschappers spelen daarentegen helaas nog maar zeer beperkt een rol in de keuzes van dezelfde politieke leiders. Maar de afweging is heel vergelijkbaar met die in de kredietcrisis: welk risico vind de politiek aanvaardbaar om te lopen? Minister Bos grijpt wel in bij de ING bank als het risico met slechte Amerikaanse hypotheken hem te groot wordt maar negeert vooralsnog de grote risico’s die de klimaatcrisis voor ons oplevert. Waarom wel ingrijpen bij ING en niet bij elektriciteitsproducenten die kolencentrales willen bouwen? Nemen die elektriciteitsproducenten niet een veel groter risico?

Genoeg gesomberd. Er is ook veel goed nieuws. In een paar jaar tijd is van links tot rechts het besef gegroeid dat de klimaatcrisis een urgent en groot probleem is. Niet alleen trouwens in de westerse wereld maar minstens zozeer in ontwikkelingslanden, waar onder de bevolking het besef van het probleem zelfs groter blijkt te zijn dan in de rijke landen. De crux is nu dat we dit groene denken ook om weten te zetten in groen handelen en de politiek pressen de daad bij het woord voegen.
En dat kan. De techniek is er om de CO2-uitstoot fors terug te brengen. Steeds meer wetenschappers werpen zich op de ontwikkeling van groene technologieën, steeds meer bedrijven tonen zich erin geïnteresseerd. Het is heel goed mogelijk heel veel energie te besparen. Auto’s kunnen op elektriciteit rijden, huizen beter geïsoleerd, bedrijven kunnen anders produceren. De energie die we vervolgens nog nodig hebben kunnen we merendeels duurzaam opwekken. Terwijl fossiele brandstoffen in hoog tempo opraken is er een onbegrensde hoeveelheid zon en wind te oogsten. Steeds helderder worden de ideeën hoe we van de Noordzee een (wind)energiecentrale kunnen maken en van woestijnen grote zonnecentrales. In Italië is zonne-energie al net zo duur als traditionele energiebronnen. In Nederland kunnen we over tien jaar ook zo ver zijn. In Zweden worden woonwijken verwarmd met biogas en is koeienpoep brandstof voor de Volvo’s. In Duitsland werken inmiddels meer dan 250.000 mensen in de duurzame energiesector. China is wereldwijd de grootste producent van zonnepanelen geworden. De kansrijke initiatieven buitelen wereldwijd over elkaar heen. Al deze praktijken opgeteld laten zien wat er mogelijk is. Nu moeten ze alleen nog mainstream worden. Dat is de grote stap die we nu moeten, én kunnen, zetten als de politiek daarin de leiding neemt.
Optimistisch stemt dat president Obama serieus werk lijkt te willen maken van het aanpakken van de klimaatcrisis. Dat is een doorbraak na acht jaar klimaatverlamming onder Bush. Z’n minister van Energie Steven Chu waarschuwt: ‘we gaan af op een toekomst waarin geen landbouw meer mogelijk is in Californië. Ik hoop dat het Amerikaanse volk snel wakker wordt en in actie komt’. Er groeit mede door deze veranderde Amerikaanse houding voorzichtig optimisme dat het mogelijk moet zijn op de grote VN-topconferentie in december in Kopenhagen een mondiaal akkoord te sluiten dat forse reducties van de uitstoot van broeikasgassen mogelijk maakt. Zonder zo’n akkoord zullen landen naar elkaar blijven wijzen en zelf volstrekt onvoldoende ondernemen.
De Britse minister van ‘Klimaatverandering en Energie’ Ed Miliband deed in december met het oog op de top in Kopenhagen een oproep: ‘Wie kijkt naar alle grote historische bewegingen, naar de suffragettes, de antiapartheidsstrijd, de strijd voor gelijke sexuele rechten in de zestiger jaren, alle grote politieke bewegingen brachten heel veel mensen op de been’. ‘People power’ is aldus Miliband cruciaal is voor het tot stand komen van een akkoord. ‘Politieke verandering komt er alleen door politiek leiderschap én een krachtige massabeweging. Je hebt ze allebei nodig’.
We missen ze tot nu toe beide. Politici moeten lef tonen en krachtige maatregelen nemen. En wij zullen allemaal samen in actie moeten komen.

Wijnand Duyvendak
(auteur van het boek Klimaatactivist in de politiek en oud-Tweede Kamerlid voor GroenLinks)

Geen categorie