Geen reden voor groen optimisme

– Volkskrant 3 december 2011 –

MICHAEL PERSSON

VVD’ers als Ed Nijpels en Mark Rutte maakten zich jaren geleden grote zorgen over het broeikaseffect. Maar anno 2011 is vrijblijvendheid troef.

‘Alleen een grootschalige koersombuiging kan de toename van CO2 in de atmosfeer effectief verminderen. Maar door de grote belangen die [ermee] gemoeid zijn, is een gemeenschappelijk beleid niet binnen handbereik, zo dat ooit mogelijk lijkt.’

Dit is al 25 jaar geleden geschreven door een Haagse ambtenaar. ‘Het CO2-probleem’ was een van de dossiers die de VVD’er Ed Nijpels op zijn bureau aantrof toen hij als nieuwe minister van milieu aantrad in het tweede kabinet-Lubbers. De woorden zijn nog onverkort geldig. In Het groene optimisme probeert Wijnand Duyvendak, voormalig Kamerlid van GroenLinks, dat (gebrek aan) beleid te reconstrueren. Nijpels begint voortvarend. In het rapport Zorgen voor Morgen worden energiebesparing en een verbod op nieuwe kolencentrales bepleit om de uitstoot van broeikasgassen te beperken. In 1989 wordt in Noordwijk zelfs de eerste klimaattop aller tijden georganiseerd. ‘Nederland loopt voorop in Europa’, constateert Duyvendak.

Maar niet voor lang. In zijn volgende kabinet krabbelt Lubbers terug voor de consequenties van broeikasbeleid, en vervolgens is het thema ook niet aan zijn opvolger Wim Kok besteed. Na het Kyoto-akkoord in 1997 verslapt de aandacht voor het klimaat verder.

Met de documentaire An Inconvenient Truth van Al Gore keert de belangstelling terug, in 2007. Interessant genoeg zijn het opnieuw juist rechtse politici als Jan Peter Balkenende (CDA) en Mark Rutte (VVD) die zich laten meeslepen. Premier Balkenende schrijft met zijn Britse collega Blair een brief aan hun Europese vrienden. ‘Er zijn nog tien tot vijftien jaar voordat de wereld catastrofale keerpunten overschrijdt. We moeten handelen.’

Rutte zegt over het klimaat: ‘Dit is zo belangrijk dat we het niet aan de linkse partijen kunnen overlaten.’

Deze tweede klimaatgolf duurt niet lang. Balkenende en Rutte draaien 180 graden. Subsidiekranen worden dichtgedraaid, het ministerie van VROM wordt opgelost in zijn aartsvijanden Economische Zaken en Verkeer en Waterstaat, en de nieuwe CDA-leider Maxime Verhagen durft in 2011 zelfs te beweren dat het milieu een links, ‘antikapitalistisch’ thema is. Waarmee hij niet alleen het Nederlandse verleden negeert, maar ook de ontwikkelingen in Denemarken, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland, waar rechtse regeringen een donkergroen beleid voeren of hebben gevoerd.

Duyvendak schrijft het allemaal soepel op: hij heeft diep in archieven gegraven en met een aantal hoofdpersonen gesproken. Helaas gaat daarbij zijn voorkeur uit naar milieumensen; juist de ministers van Economische Zaken, de werkgevers, de Ruttes en Verhagens, komen niet direct aan het woord.

Duyvendaks conclusie is dat de gehoopte en noodzakelijke omwenteling niet is gekomen, omdat de politiek te veel heeft vertrouwd op (vrijwillig) goed gedrag van burgers en bedrijven. Het is nu tijd voor normen, verplichtingen, voorschriften. Omdat het klimaatdebat ‘in essentie een moreel debat is, dat door de politiek op een democratische wijze beslecht moet worden’. Daarom pleit hij voor ‘ecologische politisering’: de politiek moet hardere keuzes maken. Grappig genoeg is dat precies datgene wat gebeurd is. Alleen zijn het niet de keuzes die Duyvendak zou hebben gemaakt.

****

Wijnand Duyvendak: Het groene optimisme – Het drama van 25 jaar klimaatpolitiek.

Uitgeverij Bert Bakker; 360 pagina’s; € 29,95.

ISBN 978 90 351 3709 7.