Op de klimaattop in Durban moet het gebeuren

– Volkskrant 28 november 2011 –

In 2009 bleef de gehoopte doorbraak in Kopenhagen uit. Durban biedt de laatste kans op een bindend klimaatakkoord.

De mondiale klimaatonderhandelingen zijn dit jaar 22 jaar oud. De eerste ministeriële klimaattop vond in 1989 in Noordwijk plaats. Op de grote VN-klimaattop, die vandaag in het Zuid-Afrikaanse Durban begint, moet worden afgemaakt wat in 1989 in Nederland begon.

De start was destijds voorvarend. Voor Durban ziet het er somber uit. De rijke landen dreigen een bindend klimaatverdrag op de lange baan te schuiven. Dure tijd gaat verloren. Tegelijkertijd stijgt de CO2-uitstoot, is de omvang van het zomerijs op de Noordpool bijna gehalveerd en zet de opwarming van de aarde door.

Hoewel de Nederlandse regering anno 2011 in de mondiale klimaatonderhandelingen onzichtbaar is, loopt Nederland in 1989 voorop. VVD-minister Ed Nijpels (Milieu) heeft het initiatief voor de top genomen en krijgt daarbij alle steun van CDA-premier Ruud Lubbers. Nijpels heeft vanuit het ministerie een groot team op de voorbereidingen gezet. Hij geeft ze de opdracht mee ‘alles te doen wat niet verboden’ is om er een succes van te maken. Het is de ambitie om een eerste stap te zetten op weg naar een mondiaal klimaatverdrag.

De wetenschappelijke onzekerheden (die dan nog veel groter zijn dan nu) over de exacte gevolgen van het broeikaseffect worden door het CDA/VVD-kabinet niet aangevoerd om verder te studeren, maar juist om in actie te komen. Minister Nijpels schrijft in die dagen aan de Tweede Kamer: ‘Juist vanwege de onzekerheden in de resultaten van de modelberekeningen en de mogelijk ernstige gevolgen, ben ik van mening dat nu reeds met de aanpak van het probleem moet worden begonnen.’ En hij waarschuwt: ‘Naarmate we langer wachten zal de mogelijkheid het probleem aan te pakken drastisch afnemen vanwege de lange nawerking van de gassen in de atmosfeer.’

Nijpels trekt er op de conferentie hard aan. De afspraken die na stevig touwtrekken in Noordwijk gemaakt worden, leggen een fundament onder de latere klimaatonderhandelingen: er moeten verschillende reductiedoelen komen voor rijke en arme landen, een klimaatfonds voor arme landen, de introductie van flexibele mechanismen wordt voorgesteld en er is aandacht voor de bossenproblematiek. In de jaren negentig houden de internationale onderhandelingen vaart. Op de grote duurzaamheidstop in Rio de Janeiro 1992 komt – mede vanwege het fundament van Noordwijk – een mondiaal Klimaatverdrag tot stand. Vervolgens resulteert de VN-klimaattop in Kyoto (1997) voor het eerst tot bindende afspraken. ‘Kyoto’ loopt tot 2012, en voordat het verloopt, moet een vervolgverdrag gesloten zijn, zo wordt er afgesproken.

En hier gaat het proces haperen. In 2009 blijft de gehoopte doorbraak in Kopenhagen uit. Durban is nu de laatste kans. Gaat het weer mis, dan dreigt Kyoto te verlopen zonder dat er een opvolger is. Kyoto werd gezien als een ‘eerste stap’. Het zou voorlopig ook wel eens de ‘laatste stap’ kunnen zijn.

Van de voorhoederol van Nederland in de wereld is helaas niets meer over. Op de vraag of Nederland niet een extra inspanning zou moeten verrichten, zegt staatssecretaris Joop Atsma van Milieu: ‘Wij wachten op het antwoord van de wereld en als iedereen zijn belofte waarmaakt, zijn wij ook bereid verder te gaan.’ Kortom, we sluiten ons aan achteraan in de rij.

Ook de inbreng van de Europese Unie is stilgevallen. De EU heeft op dit moment geen oog voor de klimaatproblematiek. Alle aandacht gaat uit naar de voortwoekerende financiële crisis. Maar we leven niet alleen in financiële zin op de pof. Ook het krediet van de aarde raakt ras op. Het Internationale Energie Agentschap (IEA), dat sinds kort onder leiding staat van oud-minister Maria van der Hoeven (CDA), waarschuwde twee weken geleden dat als het wereldwijde verbruik van fossiele brandstoffen niet snel wordt aangepakt, er grote gevaren dreigen voor de mens. Binnen slechts enkele jaren moet de trend van nog steeds stijgende emissies van broeikasgassen omgebogen zijn in een daling, aldus de IEA. Er zou vanaf 2017 geen enkele fabriek of elektriciteitscentrale meer bij mogen komen die CO2-uitstoot. Zo niet, waarschuwt de IEA, dan zijn er grote gevolgen voor de voedselvoorziening en zullen honderden miljoenen mensen hun woonplaats moeten ontvluchten als gevolg van hittegolven en droogtes, of juist door grote overstromingen.

De mislukking van de klimaattop in Kopenhagen galmt nog steeds na. Pieter van Geel, oud-staatssecretaris van milieu (CDA), gelooft niet meer in een mondiaal akkoord. ‘Voorlopig zijn het de internationaal opererende bedrijven en de ngo’s die het verschil moeten en kunnen maken’, schrijft hij in een CDA-tijdschrift. Ook Donald Pols van het Wereld Natuur Fonds (WNF), die zich jarenlang inzette voor de mondiale onderhandelingen, is de moed in schoenen gezonken: ‘Wat hebben we in zestien jaar praten en onderhandelen bereikt? Onze CO2-uitstoot is nog nooit zo hoog geweest.’ Pols pleit voor een nationale aanpak waarbij de nadruk ligt op duurzame energie en voor internationale afspraken om ontbossing tegen te gaan.

Dit is allemaal belangrijk en moet zeker gebeuren. Maar het is niet voorstelbaar hoe zonder bindend mondiaal akkoord in zeer korte tijd de omslag bereikt kan worden, zoals nu ook door het IEA bepleit. De afgelopen twee decennia werd het klimaatbeleid in Nederland, maar ook in bijna alle andere landen, gekenmerkt door vrijwilligheid: met softe instrumenten als convenanten, subsidies en voorlichting werd gepoogd de uitstoot te beperken. Per saldo heeft die aanpak gefaald. Zonder dat er scherpe grenzen getrokken worden, en alle landen van elkaar de zekerheid hebben dat de ander zich er ook aan houdt, zal de uitstoot blijven stijgen. Ook het Planbureau voor de Leefomgeving laat in een recent verschenen rapport zien dat alternatieve routes onvoldoende besparing zullen opleveren.

De kans dat er een bindend akkoord met scherpe reducties in Durban gesloten zal worden, is klein. Maar daarmee is het niet minder noodzakelijk. Er is geen overtuigend alternatief. Het is net als met de financiële crisis: politici zullen door de zure appel heen moeten bijten. Nietsdoen vergroot de problemen. Langer wachten verhoogt slechts de kosten.

Het werk dat Nijpels en Lubbers zijn begonnen, moet worden afgemaakt.

Wijnand Duyvendak is auteur van Het Groene Optimisme en oud-Kamerlid voor GroenLinks.