Wankel klimaat behoeft steun van politiek en burger

(Volkskrant, Het Betoog, 7 maart 2009)
Lange tijd meende ik dat de opwarming van de aarde vooral een groot probleem zou worden voor komende generaties. Maar het klimaat verandert nu al in hoog tempo. Ongekend hevige bosbranden in Australië zaaiden begin februari dood en verderf. De droogte, hoge temperaturen en harde wind die de branden veroorzaakten, passen precies in het patroon dat wetenschappers voor Australië voorspelden als gevolg van de klimaatverandering. Het welvarende Australië behoort tot de landen met de hoogste CO2-uitstoot per inwoner. Maar de meeste slachtoffers maakt de klimaatcrisis in ontwikkelingslanden. In de krottenwijken van Nairobi rukt de malariamug op en maakt duizenden mensen ziek. Tot voor kort kon de mug in deze miljoenenstad niet overleven omdat het daar te koel en droog was. Maar ook Kenia warmt op en de ziekte treft daar nu de meest kwetsbaren. De mensen die het minst verantwoordelijk zijn voor de klimaatcrisis worden er het hardste door getroffen. Ons klimaat wankelt wereldwijd. Maar tot actie, tot verandering, leidt het nog nauwelijks. Er is sprake van een grote klimaatimpasse.
Het is alsof de klimaatcrisis ons voorstellingsvermogen te boven gaat. Ieder jaar stijgt de CO2-uitstoot verder maar we komen niet in actie. We zien geen uitweg en negeren de ernst van de klimaatcrisis. Het is een bekende menselijke reactie. Psychologen zien in het dagelijks leven heel vaak dat mensen problemen ontkennen waarvoor de oplossing niet binnen bereik lijkt te liggen.
Door de financiële crisis dreigt de aandacht voor de klimaatverandering verder te verslappen. De Europese Unie zwakte haar klimaatplannen kort voor kerstmis al fors af. Voorrang werd gegeven aan het beschermen van de auto-industrie en kolencentrales. Minister Eurlings overweegt de vliegtax op Schiphol af te schaffen en CDA-fractieleider Van Geel wil investeringen in natuur uitstellen om geld vrij te maken voor investeringen in wegen. Crises kùnnen een moment zijn van heroriëntatie en de financiële crisis zou een waarschuwing moeten zijn: niet alles kan – er zijn grenzen die de politiek moet bewaken. De tijd van laissez-faire is voorbij. We kunnen niet eindeloos op de pof leven. Ook het krediet van de aarde is op. Natuurlijk moeten we de economie er weer bovenop helpen. Maar een keihard criterium bij ieder besluit dient te zijn: leidt het ook tot minder CO2-uitstoot? We mogen deze crisis niet aanpakken op een wijze die de draagkracht van de aarde nog verder op de proef stelt. Sterker, de besluiten moeten er aan bijdragen dat aan de wereldwijde temperatuurstijging een halt wordt toegeroepen.

Waarom gebeurt er tot nu toe niet meer? Ik zie drie redenen: ten eerste wordt ten onrechte van de burger zelf verwacht dat hij de klimaatcrisis wel oplost, ten tweede ontbreekt het veel politici aan moed, en ten derde dringen wetenschappelijke studies onvoldoende door tot het publieke debat.
Het kabinet maant iedereen in de onlangs gestarte campagne Nederland gaat voor een beter klimaat klimaatvriendelijker te gaan leven: ‘mevrouw Pieterse gaat voor een beter klimaat door truien te breien voor al haar kleinkinderen’. De impliciete boodschap van deze campagne is dat als we zelf onze levensstijl aanpassen we de klimaatcrisis kunnen keren. Het maakt van de klimaatcrisis een huiskamerprobleem in plaats van een Tweede Kamerprobleem. Want mevrouw Pieterse kan nog zoveel wollen truien breien, de CO2-uitstoot zal gewoon door blijven stijgen, als de regering niet zorgt voor een groot windpark op zee en uitstekend openbaar vervoer. Zij kan zelf de klimaatcrisis niet oplossen. Daar hebben we nu juist de politiek voor uitgevonden, die de middelen heeft om de klimaatcrisis aan te pakken. Maar de regering komt er maar niet toe haar groene ambities om te zetten in concreet beleid – de tweede reden waarom we in een klimaatimpasse zitten. Het ontbreekt aan politici met de moed om voluit te kiezen voor duurzame energie. Het is de fossiele wereld tegen de nieuwe wereld. De invloed van het behoudende bedrijfsleven in Nederland is groot. Zij lobbyen fel tegen effectieve milieumaatregelen en vinden een gewillig oor bij de CDA-ministers Van der Hoeven, Eurlings en Verburg. Het PvdA-smaldeel in het kabinet kan of wil hier niet doorheen breken. Het resultaat is dat in deze machtsstrijd de milieubelangen keer op keer aan het kortste eind trekken waardoor ook in deze kabinetsperiode de CO2-uitstoot in Nederland niet zal afnemen. Er komen ondertussen wel vier zeer vervuilende kolencentrales bij. Bijna geen land in Europa heeft zo weinig duurzame energie als Nederland. Nederland wekt drie procent van de elektriciteit op met windenergie, Denemarken meer dan 20 procent. In Duitsland groeit zonne-energie explosief terwijl in Nederland de CDA/PvdA/CU-coalitie 8.000 daken met zonnepanelen erbij per jaar wel voldoende vindt. Ondanks dit alles zegt de regering dat we ons geen zorgen hoeven te maken: ‘we liggen op koers’.
De derde reden waarom er sprake is van klimaatimpasse is dat nieuwe resultaten uit wetenschappelijk onderzoek niet doordringen in het publieke debat. Klimaatwetenschappers zijn steeds bezorgder over aard en omvang van de klimaatcrisis. Er zijn veel aanwijzingen dat de gevoeligheid van het klimaat voor de steeds hogere concentratie CO2 in de atmosfeer veel groter is dan lang gedacht. Het Noordpoolijs smelt bijvoorbeeld de laatste jaren in een tempo dat met de bestaande modellen niet is te verklaren. Het compleet wegsmelten van de Noordpoolkap werd pas na 2070 voorspeld maar zou nu al over een jaar of vijf een feit kunnen zijn. Steeds meer wetenschappers zijn er van overtuigd dat er nu al te veel CO2 in de atmosfeer zit. Kloppen de nieuwe hypotheses, dan moet de uitstoot al binnen vijf à tien jaar wereldwijd snel gaan dalen, willen we niet in de gevarenzone terechtkomen. Dat is een ongekende opgave.
Zeer verontrustend is dat recent onderzoek laat zien dat als de wereld met meer dan twee graden opwarmt er een serieuze kans is dat het klimaat op hol staat. Autonoom, zonder dat we het nog kunnen stoppen. Als bijvoorbeeld de permafrost van de toendra’s in Siberië en Canada gaat ontdooien, kunnen er uit de ondergrond zoveel broeikasgassen vrij komen dat alleen daardoor al de wereldwijde temperatuur met één graad stijgt. Nu het zeewater door de opwarming van de aarde warmer wordt, vermindert ook haar capaciteit om CO2 op te nemen – net zoals er in warme cola minder prik zit dan in koude. Er blijft dan meer CO2 in de lucht en het gevolg ervan daarvan is ook weer een serieuze temperatuurstijging. Daar is dan niks meer aan te doen. De gevolgen hiervan voor onze beschaving kunnen dramatisch zijn.
Klimaatwetenschappers zijn heel voorzichtig. Dat is begrijpelijk, vanuit de traditie van de exacte wetenschap. Ze roeren zich weinig in het publieke debat en doen niet snel stellige uitspraken. Mede daardoor is de ernst en omvang van de klimaatcrisis voor velen een lastig te bevatten probleem. Ook de media missen hierdoor een helder kompas. Een enorm verschil met alle hoogleraren in de economie en financiële wetenschappen die dezer dagen niet van het scherm te branden zijn. Op basis van hun zeer wiebelige economische theorieën doen politieke leiders miljardenuitgaven. Inzichten van klimaatwetenschappers spelen daarentegen helaas nog maar zeer beperkt een rol in de keuzes van dezelfde politieke leiders. Maar de afweging is heel vergelijkbaar met die in de kredietcrisis: welk risico vind de politiek aanvaardbaar om te lopen? Minister Bos grijpt wel in bij de ING bank als het risico met slechte Amerikaanse hypotheken hem te groot wordt maar negeert vooralsnog de grote risico’s die de klimaatcrisis voor ons oplevert. Waarom wel ingrijpen bij ING en niet bij elektriciteitsproducenten die kolencentrales willen bouwen? Nemen die elektriciteitsproducenten niet een veel groter risico?

Genoeg gesomberd. Er is ook veel goed nieuws. In een paar jaar tijd is van links tot rechts het besef gegroeid dat de klimaatcrisis een urgent en groot probleem is. Niet alleen trouwens in de westerse wereld maar minstens zozeer in ontwikkelingslanden, waar onder de bevolking het besef van het probleem zelfs groter blijkt te zijn dan in de rijke landen. De crux is nu dat we dit groene denken ook om weten te zetten in groen handelen en de politiek pressen de daad bij het woord voegen.
En dat kan. De techniek is er om de CO2-uitstoot fors terug te brengen. Steeds meer wetenschappers werpen zich op de ontwikkeling van groene technologieën, steeds meer bedrijven tonen zich erin geïnteresseerd. Het is heel goed mogelijk heel veel energie te besparen. Auto’s kunnen op elektriciteit rijden, huizen beter geïsoleerd, bedrijven kunnen anders produceren. De energie die we vervolgens nog nodig hebben kunnen we merendeels duurzaam opwekken. Terwijl fossiele brandstoffen in hoog tempo opraken is er een onbegrensde hoeveelheid zon en wind te oogsten. Steeds helderder worden de ideeën hoe we van de Noordzee een (wind)energiecentrale kunnen maken en van woestijnen grote zonnecentrales. In Italië is zonne-energie al net zo duur als traditionele energiebronnen. In Nederland kunnen we over tien jaar ook zo ver zijn. In Zweden worden woonwijken verwarmd met biogas en is koeienpoep brandstof voor de Volvo’s. In Duitsland werken inmiddels meer dan 250.000 mensen in de duurzame energiesector. China is wereldwijd de grootste producent van zonnepanelen geworden. De kansrijke initiatieven buitelen wereldwijd over elkaar heen. Al deze praktijken opgeteld laten zien wat er mogelijk is. Nu moeten ze alleen nog mainstream worden. Dat is de grote stap die we nu moeten, én kunnen, zetten als de politiek daarin de leiding neemt.
Optimistisch stemt dat president Obama serieus werk lijkt te willen maken van het aanpakken van de klimaatcrisis. Dat is een doorbraak na acht jaar klimaatverlamming onder Bush. Z’n minister van Energie Steven Chu waarschuwt: ‘we gaan af op een toekomst waarin geen landbouw meer mogelijk is in Californië. Ik hoop dat het Amerikaanse volk snel wakker wordt en in actie komt’. Er groeit mede door deze veranderde Amerikaanse houding voorzichtig optimisme dat het mogelijk moet zijn op de grote VN-topconferentie in december in Kopenhagen een mondiaal akkoord te sluiten dat forse reducties van de uitstoot van broeikasgassen mogelijk maakt. Zonder zo’n akkoord zullen landen naar elkaar blijven wijzen en zelf volstrekt onvoldoende ondernemen.
De Britse minister van ‘Klimaatverandering en Energie’ Ed Miliband deed in december met het oog op de top in Kopenhagen een oproep: ‘Wie kijkt naar alle grote historische bewegingen, naar de suffragettes, de antiapartheidsstrijd, de strijd voor gelijke sexuele rechten in de zestiger jaren, alle grote politieke bewegingen brachten heel veel mensen op de been’. ‘People power’ is aldus Miliband cruciaal is voor het tot stand komen van een akkoord. ‘Politieke verandering komt er alleen door politiek leiderschap én een krachtige massabeweging. Je hebt ze allebei nodig’.
We missen ze tot nu toe beide. Politici moeten lef tonen en krachtige maatregelen nemen. En wij zullen allemaal samen in actie moeten komen.

Wijnand Duyvendak
(auteur van het boek Klimaatactivist in de politiek en oud-Tweede Kamerlid voor GroenLinks)