Een groene zondag

Met de ‘Femke On Tour’-bus ga ik vanochtend op weg naar de Hoekse Waard. Femke doet vandaag andere dingen, dus ik neem de honneurs op de bus waar. Deze aardgasstadsbus is ons ‘thuis’ tijdens de campagne. Hij trekt iedere dag het land door. Alles is aan boord. En het is er vaak erg gezellig.

In de bus hoor ik op de radio dat VARA’s Vroege Vogels GroenLinks tot de meest milieu-, natuur- en diervriendelijke partij heeft uitgroepen. Acht grote groene organisaties hebben ons op één gezet. Dat is leuk om te horen, vooral van deze betrokken organisaties die politiek doorgaans vrij voorzichtig zijn.

De Hoekse Waard is een karakteristiek Zuid-Hollands eiland. Deze oase van rust en ruimte vormt een scherp contrast met het bomvolle Rijnmondgebied dat direct ten noorden ervan begint. Officieel is de Hoekse Waard een ‘nationaal landschap’. Ik kom er vaak, sinds we in 1999 met Milieudefensie (waar ik toen directeur was) de campagne ‘Trek de Groene Grens’ voerden.

Op het prachtige eiland trekken bewoners, boeren, en natuurorganisaties al jarenlang eensgezind op tegen de wens van het Rotterdamse bedrijfsleven ook hier een enorm bedrijventerrein aan te leggen. Wandelen, fietsen, alternatieven formuleren. Jaar na jaar. Het dreigt nu helemaal fout te gaan. Bij de allerlaatste stemmingen in de Tweede Kamer voor het verkiezingsreces stemden het CDA, de VVD en de LPF nog snel voor de aanleg van het enorme bedrijventerrein. Ik zag op het moment van de stemmingen al die mensen uit de Hoekse Waard voor me die al jarenlang knokken voor hun groene eiland. Ik hoop ze vandaag weer te zien, want de strijd is nog niet gestreden. Het gaat me enorm aan mijn hart: zo’n eiland kun je maar één keer verpesten. De toekomst van het eiland hangt af van de verkiezingsuitslag (zoals zoveel). Na 22 november kunnen we het nog allemaal terug draaien – áls er een nieuwe meerderheid voor komt.

In de Hoekse Waard aangekomen, zoek ik contact met Radio 1, maar dat gaat minder makkelijk dan verwacht. Mijn mobiele telefoon heeft geen ontvangst, maar gelukkig helpt een partijgenoot me aan een vaste lijn. Daar licht ik ons plan toe om schone en zuinige auto’s een derde goedkoper te maken, en vuile auto’s een derde duurder. De politiek moet eindelijk zorgen voor een doorbraak van schone auto’s in Nederland. De Toyota Prius kost nu zonder korting 33.000 euro. Dat wordt in onze plannen 21.000 euro. Een Peugeot 207, die 1 op 20,8 rijdt, gaat van 23.000 euro naar 15.000 euro. Deze kortingen worden betaald door andere auto’s duurder te maken. De benzine slurpende Hummer gaat juist van 63.000 euro naar 83.000 euro. De verschillen tussen auto’s zijn groot, dus laten we zorgen dat we zo schoon mogelijk auto rijden. Ik zou dit idee op veel meer terreinen willen toepassen: maak schone producten goedkoper en vuile duurder. Het kan bijvoorbeeld ook bij CV-ketels, witgoed en bruingoed. Het beloont technologische innovatie, en helpt mee een markt te creëren voor schone producten. Dat helpt flink tegen de luchtvervuiling en de klimaatverandering, waar ik deze week nog vaak op terug zal komen.

Na Radio 1 wandelen we met honderd mensen vanuit Puttershoek langs de verlaten Suikerfabriek het open land in. Dwars door het bedreigde landschap. Twee mensen vertellen me tijdens de wandeling, los van elkaar, op GroenLinks te gaan stemmen vanwege ons verkiezingsfilmpje . Die film van 3 minuten is onze campagne in een notendop. Ik heb niet vaak meegemaakt dat een reclamebureau inhoud én sfeer zo treffend wist te vangen in een film.

De wandeling geeft nieuwe inspiratie in de campagne. Dat is één van de voordelen voor een ‘groene’ politicus: je komt voor je ‘werk’ vaak op de mooiste plekken van het land.